HET WOON-WERKVERKEER IN CIJFERS

De mobiliteitsproblematiek: achtergronden en cijfers

1. De auto : een cultuurfenomeen

De mobiliteitsproblematiek die we momenteel in België (en in de hele Westerse wereld) ervaren, is te wijten aan het enorme belang dat de auto door de eeuwen heen heeft gekregen in onze maatschappij.

Figuur 1 : Evolutie verdeling wagenpark volgens aard voertuigen in België, 1997-2013 (Bron:FOD Economie)
Evolutie van het wagenpark in België

Alle types vervoermiddelen zijn gestegen ten opzichte van 1990. Vooral de toename van de motoren valt op, net als die van vrachtwagens. Anderzijds is het belangrijk op te merken dat het aantal personenwagens in absolute aantallen het grootst blijft. In 1990 bedroeg het aantal personenwagens 3 864 159, wat in 2013 al toegenomen is met 1 629 313. Daarentegen is de absolute stijging voor de motoren slechts 311 619 in dezelfde periode.
Meer gedetailleerde cijfers vindt u hier: http://statbel.fgov.be/nl/modules/publications/statistiques/verkeer_vervoer/evolution_du_parc_de_vehicules_2013.jsp

Figuur 2 geeft een overzicht van het aantal inschrijvingen van bedrijfswagens sinds 2004.

Figuur 2: Evolutie inschrijvingen bedrijfswagens in België, 2004-2010 (Bron : Febiac).

Aantal bedrijfswagens


Tussen 2004 en 2010 is het aantal bedrijfswagens toegenomen met 10%. Een grote sprong is merkbaar tussen 2005 en 2006: dan nam het aantal toe met 8,2 %. De daling in 2009 ten opzichte vn 2008 (-13,9%) is wellicht te wijten aan de economische crisis..


2. Verplaatsingen, voertuigen en verkeer in Vlaanderen

 bron: Onderzoek VerplaatingsGedrag OVG4.4 (cijfers 2012) & FOD Economie

2,72 verplaatsingen per dag

het aantal verplaatsingen van de gemiddelde Vlaming
16,14 miljoen verplaatsingen per dag leggen alle Vlamingen samen (gemiddeld) af
15,33 km per verplaatsing de gemiddelde afstand van één verplaatsing in Vlaanderen
46,21 km per woon-werkverplaatsing de gemiddelde afstand van één woon-werkverplaatsing in Vlaanderen
245 miljoen kilometer per dag

de dagelijkse afstand door alle Vlamingen samen

67,88% van alle verplaatsingen door Vlamingen gebeurt met de auto (bestuurder : 52,15%, passagier : 15,73%)
  12,67% met de fiets
  12,00% te voet
  3,68% met bus, tram en metro
  2,02% met de trein
3,73 miljoen motorvoertuigen het Vlaamse motorvoertuigenpark in 2010
3,1 miljoen (83%) personenwagens het aandeel van de personenwagen in het motorvoertuigenpark in 2010
  3,1 miljoen personenwagens
1,14 personenwagen per gezin het bezit van personenwagens in Vlaanderen
56,40 miljard km over de weg/jaar werden er in 2010 in Vlaanderen afgelegd met de motorvoertuigen
80% stijging op 24 jaar de stijging van het aantal voertuigkilometers over de weg in Vlaanderen (tussen 1985 en 2009: van 31,56 miljard naar 56,40 miljard per jaar).
1,10 personen per wagen

deg gemiddelde autobezettingsgraad voor alle woon-werkverplaatsingen in Vlaanderen in 2010

1,8 personen per wagen de gemiddelde autobezettingsgraad voor alle verplaatsingen in Vlaanderen in 2010

 

Figuur 3: Verdeling van het totaal aantal verplaatsingen volgens vertrekuur van een dag in de werkweek (naar motief) en een dag in het weekend (gemiddelde per dag) in Vlaanderen (Bron: OVG 4.1)
Verdeling verplaatsingen volgens vertrekuur

De blauwe lijn geeft de verdeling van het aantal verplaatsingen weer over de dag tijdens de week. Er zijn twee grote pieken, tussen 8u en 9u en tussen 16u en 17u. Bij beide pieken valt op te merken dat een groot gedeelte van de verplaatsingen niet-werkgerelateerd zijn, en dan vooral tijdens de avondspits.

De rode lijn geeft de verdeling van het aantal verplaatsingen weer over de dag tijdens het weekend. Vooral de piek om 11 uur is dan opvallend. Deze piek toont aan dat er op een weekendddag om 11 uur het grootste aantal verplaatsingen beginnen. Dit betekent niet dat er ook meer "drukte" onderweg zal zijn, vermits ook de vervoerswijzekeuze, de afstand van de verplaatsingen en de bezettingsgraad van de voertuigen verschillend is.

 

3. Het woon-werkverkeer: een belangrijk aandeel maar niet het belangrijkste!

Bron : OVG 4.4

Het woon-werkverkeer staat in voor een belangrijk aandeel in de verplaatsingen en de afgelegde afstanden.
In onderstaande tabel zien we echter dat woon-werkverkeer slechts voor 1/6 van de verplaatsingen instaat en dat winkelverkeer zelfs belangrijker is als we het gemiddeld aantal verplaatsingen bekijken.

 

In het woon-werkverkeer is de auto het belangrijkste vervoermiddel met 75,4% van de verplaatsingen. Hierbij is enkel de hoofdvervoerswijze in rekening gebracht: de vervoerswijze waar de grootste afgelegde afstand van de totale verplaatsing mee wordt afgelegd. Een rit naar een bushalte per fiets van 2 km wordt dus niet meegeteld als de verplaatsing per bus langer is dan 2 km. Enkel de busverplaatsing is hieronder dan opgenomen.

 

Hoofdvervoermiddel woon-werk

 


Werken rond woon-werkverkeer